Category Archives: Actueel

Rechtbank verzoekt woningcorporatie coulant te zijn vanwege corona

Aedes, de branchevereniging van woningcorporaties, verzocht haar leden om coulant te zijn ten opzichte van huurders met betalingsachterstanden. Rechtbank verzoekt woningcorporatie coulant te zijn vanwege corona – Rechtbank Overijssel schaart zich achter dit verzoek, zo blijkt de onderhavige uitspraak.

Overlast

Huurder huurt sinds juli 2008 een woning van woningcorporatie Sint Joseph, gevestigd te Almelo. Zijn buren klagen bij Sint Joseph herhaaldelijk over overlast van deze huurder, bestaande uit agressief gedrag, geluidsoverlast, vernielingen, bedreigingen en overlast door het inschakelen van de politie. Sint Joseph start een spoedprocedure tot ontruiming. De zitting vond plaats op 10 maart 2020, slechts 2 dagen voor de aangescherpte Corona-maatregelen.

De rechtbank wijst de vordering tot ontruiming toe. De huurder veroorzaakte structurele en ernstige overlast. Dit leidt tot onaanvaardbare onrust en angst bij zijn buren. Ondanks een crisisopname van huurder voor twee weken, verandert zijn gedrag niet. Een ontruiming is de enige oplossing.

Ontruimingstermijn

De Rechtbank wijst het verzoek toe met een ontruimingstermijn van 14 dagen (Sint Joseph vorderde 3 dagen). Daarbij verzoekt de rechtbank aan Sint Joseph om coulant te zijn richting de huurder:

“Eerst na de mondelinge behandeling zijn verregaande maatregelen in verband met de Corona-crisis ingevoerd. Gelet daarop geeft de kantonrechter Sint Joseph in overweging om dit vonnis nog niet meteen ten uitvoer te leggen en te bezien of de overlastsituatie al dan niet blijft voortduren. De kantonrechter rekent op een coulante opstelling van Sint Joseph.”

Advies

Mensen zitten thuis en meer op elkaars lip. Zij kunnen (sneller) geïrriteerd raken en (sneller) overlast ervaren. Probeer tot een aanvaardbare situatie te komen met en voor uw huurders. Wij denken graag met u mee in oplossingen. U kunt     – geheel vrijblijvend – altijd met één van onze advocaten bellen voor overleg.

Wij helpen u bij

  • Advies
  • Beëindigingsovereenkomst
  • Conflict
Neem contact op  010-4777755 , wij zijn er voor u!
In al deze en nog veel meer andere situaties verleent Avinci Advocaten rechtsbijstand, van het opstellen en beoordelen van een arbeidsovereenkomst, ontslag, dreigende faillissementen  tot het begeleiden van een reorganisatie en van het voeren van onderhandelingen met werknemers, de vakbond tot het voeren van procedures.Avinci Advocaten blijft tijdens deze coronacrisis zo goed mogelijk operationeel en wil u met raad en daad terzijde staan – samen zijn we sterk! Be safe, tot snel.

Rechtbank verzoekt woningcorporatie coulant te zijn vanwege corona

Corona en pensioen, arbeidsverkorting en de NOW-regeling

De coronacrisis raakt iedereen. Ook op het terrein van pensioen zijn de gevolgen voelbaar. Dat betekent echter niet dat we helemaal niets tegen die pensioengevolgen kunnen uitrichten. Bedrijfsadvocaat zocht uit in de jurisprudentie wat HR, Finance en een bijna-pensioengerechtigde zoal tijdens deze coronacrisis kunnen doen om de pensioengevolgen in te perken. Het laatste nieuws op gebied van corona en pensioen, Arbeidsduurverkorting de NOW-regeling

Arbeidsduurverkorting en de NOW-regeling

De mogelijkheid van een voortzetting van de pensioendeelneming tijdens de arbeidsduurverkorting, heeft de regering kenbaar gemaakt de regeling omtrent arbeidsduurverkorting niet langer open te stellen voor deze coronacrisis, maar een nieuwe regeling te introduceren, de NOW-regeling. Uitgangspunt van de NOW-regeling is een volledige loondoorbetaling richting werknemers, zonder daarbij de koppeling te maken tussen al dan niet minder werken. Als gevolg hiervan lijkt het vraagstuk van de (on)mogelijkheid van voortzetting van de pensioendeelneming niet langer actueel. De pensioendeelneming kan immers gewoon ongewijzigd gecontinueerd worden tijdens gebruikmaking van de NOW-regeling.

Vraag die wel opkomt, is of de NOW-regeling ook voorziet in een compensatie van de pensioenkosten. Tot nu toe is alleen bekend dat een compensatie in de loonkosten aan werkgevers die zich geconfronteerd zien met een omzetdaling geboden wordt. Vooralsnog lijken de pensioenlasten daar niet onder te vallen. Gelet echter op de hoge premielast die veelal met de arbeidsvoorwaarde pensioen gemoeid is, valt er zeker wat voor te zeggen ook de pensioenlasten in de compensatieregeling te betrekken. Inmiddels hebben zowel de Pensioenfederatie als de Stichting van de Arbeid dit aan de orde gesteld. Hopelijk wordt dit signaal opgepikt door de regering en krijgt dit daadwerkelijk zijn beslag in de uitwerking van de NOW-regeling.

Uitstel betaling pensioenpremies

Wat nu als de werkgever niet langer in staat blijkt om de pensioenpremies te voldoen? De wijze waarop de pensioenregeling wordt uitgevoerd, is daarbij relevant.

Betreft het een pensioenregeling die wordt uitgevoerd door een bedrijfstakpensioenfonds? Houd er dan rekening mee dat er een tijdige melding betalingsonmacht plaatsvindt als de werkgever niet meer in staat is de premiefacturen te voldoen, ook om persoonlijke bestuurdersaansprakelijkheid te voorkomen (zie artikel 23 Wet Bpf)! Houd er daarnaast rekening mee dat het betalingsvoorbehoud van artikel 12 Pensioenwet niet geldt in relatie tot het bedrijfstakpensioenfonds. Met andere woorden: de werkgever is op grond van de wetssystematiek (Wet Bpf) gewoon premieplichtig. Dat geldt zowel ten aanzien van het werkgeversdeel als het werknemersdeel (waarna het werknemersdeel kan worden ingehouden op het brutosalaris). Een beroep op een ingrijpende wijziging van omstandigheden door de werkgever dat maakt dat de werkgever niet tijdig zou kunnen betalen, gaat hier dus niet op. Hooguit dat de werkgever kan proberen een betalingsregeling met het bedrijfstakpensioenfonds te treffen. Inmiddels heeft een aantal grote bedrijfstakpensioenfondsen, in het bijzonder binnen de bedrijfstakken waar de grootste klappen vallen, kenbaar gemaakt komende maand geen premies te incasseren. Wees er echter op bedacht dat dit voor lang niet alle bedrijfstakpensioenfondsen geldt! Vertrouw er dus niet zomaar op dat in deze crisistijd niet betaald hoeft te worden. Zoek altijd afstemming met het betreffende bedrijfstakpensioenfonds en doe zo nodig een tijdige melding betalingsonmacht.

Betreft het een pensioenregeling die wordt uitgevoerd door een andere uitvoerder, zoals een verzekeraar? Dan zou het betalingsvoorbehoud van artikel 12 Pensioenwet mogelijk wel soelaas kunnen bieden. Het is dan wel zaak dat zo’n betalingsvoorbehoud expliciet is opgenomen in de pensioenovereenkomst. Daarnaast zal sprake moeten zijn van een ingrijpende wijziging van omstandigheden. Het is zeker niet uitgesloten dat de impact van de coronacrisis op de organisatie van een werkgever kwalificeert als een ingrijpende wijziging van omstandigheden.

Kijk ook altijd wat hierover in de uitvoeringsovereenkomst met de verzekeraar geregeld is. Een verzekeraar is sowieso verplicht om bij een premieachterstand te handelen volgens de regels van artikel 29 van de Pensioenwet. Bij zo’n achterstand moet de verzekeraar zich aantoonbaar inspannen om de premies alsnog te innen. Daar ontstaat ook gelijk een spanningsveld. Enerzijds moet de verzekeraar zich aantoonbaar inspannen, anderzijds begrijpen verzekeraars ook dat het gezien de exceptionele situatie voor sommige werkgevers momenteel zeer lastig is om aan de plicht tot premiebetaling te voldoen. Tegelijkertijd kunnen ook de belangen van de werknemers op het spel komen te staan, omdat hun pensioenregeling bij een premieachterstand onder omstandigheden met terugwerkende kracht premievrij mag worden gemaakt. Hier mag uiteraard ook niet te lichtzinnig mee worden omgegaan, zij het dat geen enkele werknemer er belang bij heeft als de werkgever omvalt als gevolg van een pensioenpremielast die in de gegeven omstandigheden te zwaar is komen te drukken.

Via dit kennisportal wordt u op de hoogte gehouden van eventuele nieuwe ontwikkelingen aangaande dit onderwerp van de premieachterstand. De verwachting is dat hier de komende dagen/weken nog wel het een en ander in gaat gebeuren. In ieder geval is de Pensioenfederatie hierover momenteel in overleg met de overheid, sociale partners en toezichthouders. Ook het Verbond van Verzekeraars heeft aandacht voor het eerder gesignaleerde spanningsveld.

Aankoop pensioenuitkering

Bijna-pensioengerechtigden die met het pensioenkapitaal vlak voor hun pensioendatum binnenkort een pensioen moeten gaan aankopen (als sprake is van een premie- of kapitaalovereenkomst), zien zich geconfronteerd met een forse impact van de coronacrisis op hun pensioen. Als gevolg van de crisis zijn er heftige koersbewegingen waar te nemen, waardoor de pensioenpot fors kan tegenvallen. Daar komt ook nog eens bij de momenteel zeer lage rente, waardoor het tarief waarmee pensioen moet worden aangekocht ongunstig uitpakt.

Deze bijna-pensioengerechtigden doen er echt verstandig aan zich te laten adviseren door bijvoorbeeld een registerpensioenadviseur. Er zijn namelijk verschillende mogelijkheden om de gevolgen proberen te verzachten, zoals:

– Uitstel van de pensioendatum (vanuit de speculatie dat de tijden weer in gunstige zin zullen gaan veranderen).  Fiscaal gezien bestaan hiertoe mogelijkheden, maar het is wel zaak dat het pensioenreglement van de pensioenuitvoerder hier ook in voorziet. De uitvoerder of een adviseur kan de werknemer hierover desgewenst informeren.

Ga in dit verband ook met de werkgever in gesprek of het mogelijk is nog iets langer door te werken. De wet biedt hiertoe verschillende mogelijkheden, nu de wettelijke pensioenopzeggingsmogelijkheid (zonder dat een ontslagvergunning van het UWV vereist is) in de regel ook per een later moment mag dan de reguliere pensioenleeftijd (zoals de AOW-leeftijd). Voor zover de arbeidsovereenkomst automatisch zou zijn geëindigd, als gevolg van een pensioenontslagbeding heeft de werkgever tevens ruimere mogelijkheden tot het aangaan van contracten voor bepaalde tijd (door de verruimde ketenregeling).

Uitstel van de pensioendatum mag overigens vanuit fiscaal oogpunt niet voor alle uitkeringsregelingen (bijvoorbeeld niet voor eindloon en middelloon). Bovendien mag dit tot maximaal 5 jaar na de AOW-datum. Zie in dit verband ook de Vraag & Antwoord 10-001 van CAP d.d. 20 juni 2019.

– Deeltijdpensioen

– Tijdelijk een lager en daarna hoger pensioen (of andersom)

– Uitruil van opgebouwd partnerpensioen in ouderdomspensioen (of andersom)

Voor al deze keuzemogelijkheden geldt dat dit ook sterk afhankelijk is van de persoonlijke financiële situatie. Gezien de impact van de te maken keuzes en de verwevenheid met fiscaliteiten, de mogelijkheden die het geldende pensioenreglement al dan niet bieden en de situatie op het werk doen bijna-gepensioneerden er verstandig aan hierin niet lichtzinnig tot een keuze te komen. 

Impact

Corona houdt de gemoederen bezig. Oog voor een goede gezondheid staat buiten kijf op de eerste plaats en gelukkig kunnen we rekenen op al die zorgprofessionals die zich vol toewijding inzetten voor onze maatschappij. Pensioen is natuurlijk niet het eerste waar je in deze tijden aan denkt, maar dat neemt niet weg dat ook pensioen een forse impact kan hebben, zowel gezien de veelal forse (premie)last voor de ondernemer terwijl tegelijkertijd de omzetten fors afnemen als voor de werknemer die graag zijn dekking voor pensioen behouden ziet. Niet alleen ouderdomspensioen, maar vlak ook het arbeidsongeschiktheids- en nabestaandenpensioen niet uit! Ook de positie van de bijna-pensioengerechtigde die binnenkort misschien een pensioenkapitaal moet gaan aankopen, is in de gegeven omstandigheden allesbehalve benijdenswaardig.

Bedrijfsadvcoaat is onderdeel van Avinci Advocaten en is een zelfstandig en onafhankelijk advocatenkantoor dat deelneemt aan het Omnius Advocatennetwerk.

Het beeld van de advocaat als iemand die rechtszaken voert en deze wil winnen, is een vertekend beeld. Avinci Advocaten wil problemen oplossen. Als het kan, zonder de zaak aan de rechter voor te leggen.

Maar als het niet anders kan, dan stappen we naar de rechter. Dat doen we graag en dat doen we goed. En dan willen we winnen ook!

Zakelijke redenen kunnen zijn; veranderende economie en/of wet- en regelgeving kunnen van invloed zijn dat u over wilt gaan tot de verkoop van uw bedrijf, evenals bijvoorbeeld een conflict met aandeelhouders. Er zijn oneindig veel redenen te bedenken welke u doen besluiten uw bedrijf te verkopen. Belangrijk hierbij is dat het gehele verkoopproces gestructureerd verloopt en u met een goed gevoel uw onderneming over kunt dragen aan de kopende partij. Bedrijfsadvocaat beschikt over een schat aan ervaring, kent de succesfactoren, realiseert het beste resultaat en helpt u van A tot Z.

Wij helpen u bij

  • Onderzoek
  • Advies
  • Conflicten

Bron: Corona en pensioen, arbeidsverkorting en de NOW-regeling, recht, dirkzager

Corona, noodmaatregelen en openbaar bestuur

De verspreiding van het Coronavirus brengt veel bestuursrechtelijke vragen met zich mee. Wie trekt aan de touwtjes in deze crisis? Is dat de minister van Medische Zorg, of zijn dat de voorzitters van de veiligheidsregio’s? En spelen de burgemeesters van gemeenten ook nog een rol? Er zijn immers tal van noodverordeningen uitgevaardigd. Wie heeft op welke grond de bevoegdheid om bijeenkomsten en evenementen met meer dan 100 personen te verbieden? Vallen daar ook demonstraties en godsdienstige samenkomsten onder? Wat is de reikwijdte van deze besluiten? Avinci Advocaten zet het voor u als werkgever, werknemer en particulier op een rijtje, met bijdragen van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid (COOV), wetten overheid en recht.nl en een onderzoeksinstituut van de Rijksuniversiteit Groningen. Corona, noodmaatregelen en openbaar bestuur

De term ‘noodwet’ wordt gebruikt voor wetgeving in geval van ‘buitengewone omstandigheden’. Wanneer sprake is van buitengewone omstandigheden is niet specifiek omschreven, maar betreft een bestuurlijk weegproces van concrete gebeurtenissen die niet meer met gewone middelen tegemoet getreden kunnen worden maar noodzaken tot het toepassen van buitengewone bevoegdheden. Via deze noodwetten kan snel worden overgegaan tot wetgeving om ongewenst gedrag tegen te gaan. De bepalingen in de noodwetten kunnen namelijk via het afkondigen van een algemene of beperkte noodtoestand op voordracht van de Minister-President met een Koninklijk Besluit in werking treden.

Schaakbord

De vraag die opkomt is of de gevolgen van het corona-virus kwalificeren als dergelijke ‘buitengewone omstandigheden’, zodat een aantal noodwetten, of een deel van de bepalingen daaruit, kunnen worden toegepast. Wellicht om daarmee het ‘hamsteren’ een halt toe te roepen, via bijvoorbeeld artikel 6 van de Noodwet voedselvoorziening op basis waarvan regels kunnen worden gesteld over het voorhanden en in voorraad hebben van bepaalde (voedings-)producten of de Hamsterwet zelf die verdergaat dan enkel voedsel. Niet-naleving is vervolgens strafbaar gesteld via de WED.

 

De regering lijkt te menen dat op dit moment van dergelijke buitengewone omstandigheden sprake is. Deze term wordt namelijk ook gehanteerd om het mogelijk te maken zendtijd en faciliteiten te vorderen van de publieke omroep op grond van artikel 6.26 van de Mediawet. Dus Nederland wees sociaal, let een beetje op elkaar en anders is er nog altijd het strafrecht als ultieme remedie, al helpt dit helaas niet tegen het virus.

De Coördinatiewet uitzonderingstoestanden

De mogelijkheid tot het afkondigen van de noodtoestand is geregeld in de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden. Deze wet vindt zijn grondslag in artikel 103 lid 1 Grondwet. Volgens deze bepaling stelt de wetgever regels over de gevallen waarin “ter handhaving van de uit- of inwendige veiligheid” een uitzonderingstoestand kan worden afgekondigd en over de gevolgen daarvan. Het gaat om een verstrekkende wetgevende bevoegdheid. De wetgever mag afwijken van de reguliere bevoegdheidsverdeling van de besturen van provincies, gemeenten, openbare lichamen als bedoeld in artikel 132a en waterschappen. Ook kan hij afwijken van een aantal klassieke grondrechten, zoals de vrijheid van godsdienstvrijheid (voor zover uitgeoefend buiten gebouwen en besloten plaatsen), vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vereniging en de vrijheid van vergadering en betoging (artikel 103 lid 2 Grondwet).

 

Achter gesloten deuren

In artikel 23 lid 1 van de Gemeentewet wordt de hoofdregel herhaald: de vergaderingen zijn openbaar. De deuren kunnen worden gesloten door de raad, maar daarachter mag bijvoorbeeld niet besloten worden over gemeentebelastingen, de begrotingen jaarrekening, en de benoeming en ontslag van wethouders. Voor een raadsvergadering is het nodig dat meer dan de helft van ‘zitting hebbende leden’ aanwezig is, anders kan de vergadering niet beginnen.

Met zitting hebbende leden wordt het wettelijk aantal raadsleden verstaan minus eventuele vacatures. Voor provinciale staten geldt hetzelfde, en zodoende hebben provinciale staten van Drenthe creatief gerekend om aan deze eis te voldoen. Van belang is dat raadsleden niet de toegang tot de raadsvergadering kan worden ontzegd, behalve wanneer een raadslid door zijn gedragingen de zaken herhaald belemmert.

Creatieve truc

Naast Drenthe bedacht ook de gemeenteraad van Haarlemmermeer een creatieve truc. Daar constateerde de burgemeester dat het quorum niet gehaald was en de vergadering dus niet kon doorgaan. Vervolgens kan op grond van de Gemeentewet een nieuwe vergadering worden uitgeschreven waarbij de quorumeis niet geldt. Twee raadsleden waren aanwezig, zodat men kon besluiten. Creatief gevonden, mijns inziens binnen de kaders van de Gemeentewet, maar vanuit democratisch perspectief onhoudbaar als oplossing indien deze crisis langer aanhoudt.

Bij besluitvorming is het nog ingewikkelder. Daar geldt óók een stemquorum. Er mag pas gestemd worden indien de helft van aantal leden dat zitting heeft, en zich niet hoeft te onthouden van stemming, deelneemt. Voor stemming is bovendien een harde eis dat men letterlijk aanwezig is (art. 32 lid 2 Gemeentewet). Digitaal stemmen lijkt daarmee dus al helemaal uitgesloten.

Noodwet openbaar bestuur

Veel beter dan creatieve kunstgrepen zou het zijn als de minister van BZK met een ‘noodwet openbaar bestuur’ komt. Dat zou mogelijkheid bieden in deze noodsituatie voor nog een andere vorm: gesloten deuren, maar met openbare verslagen én livestream. Omdat fysieke aanwezigheid van geïnteresseerden niet meer mogelijk is in dit geval, kunnen meteen digitale vergaderingen en besluitvorming geregeld worden.

De technieken bestaan, laat gemeenteraden maar bedenken hoe zij dit het beste kunnen aanpakken. Geef bijvoorbeeld de tijdelijke bevoegdheid aan de burgemeester om hierover een digitale vergadering te beleggen, zodat de gemeenteraad niet ouderwets bijeen hoeft te komen om de nieuwe werkwijze te bekrachtigen. Als men de normen van openbaarheid en transparantie maar in acht neemt.

Zoals de Nationale ombudsman in 2011 zei: ‘openbaarheid impliceert dat stellingname door of overwegingen van volksvertegenwoordigers over een besluitvormingsproces niet aan de openbaarheid mogen worden onttrokken en daarover verantwoording moet worden afgelegd in openbare vergaderingen.’ Het uitgangspunt dat in beginsel in openbaarheid wordt vergaderd, beoogt onder meer de kennis en beïnvloeding van bestuurlijke- en beleidsprocessen door inwoners te vergroten. Neemt een raad dit niet in acht, dan kan via spontane vernietiging altijd nog ingegrepen worden.

Experiment

Op die manier wordt het openbaar noodwet, gemeente niet lamgelegd. De discussie of dit definitief moet worden ingevoerd, kan na de coronacrisis plaatsvinden. Dit kan tevens als experiment dienen voor een eventuele toekomstige wetswijziging. Maar voor zorgvuldige onderbouwde experimenteerbepalingen is nu geen tijd!

Wat onze advocaat bij bestuurdersaansprakelijkheid voor u kan betekenen

Hoewel volgens de Nederlandse wet een rechtspersoon, veelal een vennootschap, maar ook stichtingen en verenigingen, in principe zelf aansprakelijk is voor schulden of toegebrachte schade, bestaan er situaties waarin u als bestuurder van zo´n rechtspersoon persoonlijk aansprakelijk gesteld kunt worden. In artikel 2:9 van het Burgerlijk Wetboek is vastgesteld dat een bestuurder verplicht is “behoorlijk bestuur” over de rechtspersoon te voeren. Een duidelijke definitie van dit begrip wordt niet gegeven, want dit wordt overgelaten aan het oordeel van de rechter die de specifieke casus moet beoordelen. Als bestuurdersaansprakelijkheid aan de orde is of dreigt te komen, bijvoorbeeld bij een faillissement of het niet nakomen van verplichtingen, doet u er daarom verstandig aan een advocaat in de arm te nemen of in ieder geval advies in te winnen bij een jurist die gespecialiseerd is in ondernemingsrecht. Bij Bedrijfsadvocaat werken dergelijke specialisten, die u graag helpen wanneer u als bestuurder persoonlijk aansprakelijk wordt gesteld. Andersom kan natuurlijk ook, want als u via een procedure bestuurdersaansprakelijkheid privé verhaal wilt halen op bestuurders van een rechtspersoon die u schade heeft berokkend, staan wij voor u klaar.

Neem contact op 010-4777755

Verschillende soorten bestuurdersaansprakelijkheid, elk met hun eigen vereisten

Of er sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid is soms moeilijk vast te stellen, te meer daar er verschillende soorten bestuurdersaansprakelijkheid zijn, die in de rechtspraak op verschillende manieren uitgewerkt worden. Met name gaat het er dan om of er sprake is van interne aansprakelijkheid of externe aansprakelijkheid, of wellicht van beide. Bovendien bestaat er een hoofdelijke aansprakelijkheid voor iedere bestuurder. Dat aan al deze begrippen nogal wat haken en ogen zitten, zal u uit onderstaande korte uitleg duidelijk worden. Alle reden dus om raad en advies in te winnen bij een jurist of advocaat. Hij of zij kent alle regelgeving en jurisprudentie die er op dit gebied bestaat en kan uw zaak tot een goed einde brengen.
Interne bestuursaansprakelijkheid is de aansprakelijkheid van u als bestuurder jegens de rechtspersoon. Iedere bestuurder wordt geacht de hem toebedeelde taak binnen de rechtspersoon naar behoren te vervullen. Nalatigheid hierin wordt bestempeld als onbehoorlijk bestuur en kan de bestuurder worden aangerekend als hem daarin tevens ernstig verwijt treft. Hiervan kan sprake zijn als u bijvoorbeeld gehandeld hebt in strijd met de statuten van de rechtspersoon, verplichtingen bent aangegaan die nadelig zijn voor de rechtspersoon of de administratie niet op orde hebt.

Van externe bestuursaansprakelijkheid is sprake als schade is toegebracht aan een derde partij. Dit is gebaseerd op het rechtsbegrip “onrechtmatige daad”. Om een bestuurder hiervoor persoonlijk aansprakelijk te stellen, moet echter bewezen worden dat hem een persoonlijk ernstig verwijt kan worden aangerekend voor deze onrechtmatige daad. Dit kan bijvoorbeeld zijn als u namens de rechtspersoon een overeenkomst aangaat waarvan u op voorhand weet of zou kunnen weten dat de rechtspersoon de verplichtingen die hieruit voortvloeien niet zal kunnen nakomen.
Daarnaast is er nog de gedeelde aansprakelijkheid; indien er meerdere bestuurders zijn geldt er een collectieve verantwoordelijkheid voor het bestuur van de rechtspersoon en een hoofdelijke aansprakelijkheid voor iedere bestuurder. Dat wil dus zeggen dat u persoonlijk aansprakelijk kunt worden gesteld voor fouten, ook als die door één van uw medebestuurders zijn gemaakt. Om te bewijzen dat u als medebestuurder geen blaam treft voor deze fouten is meestal een ingewikkelde zaak.

Uw specialist voor bestuurdersaansprakelijkheid in Rotterdam en omstreken vindt u bij Bedrijfsadvocaat

Ons kantoor is centraal gelegen in Rotterdam, op een steenworp afstand van de arrondissementsrechtbank in Rotterdam Zuid. Wij zijn daarmee goed bereikbaar vanuit alle delen van Zuid-Holland, van de Krimpenerwaard in het noorden tot de Hoekse Waard in het zuiden. Ter illustratie geven wij slechts een kleine greep uit de plaatsen van waaruit bestuurders hun weg naar ons advocatenkantoor hebben weten te vinden:

  • Barendrecht
  • Berkel en Rodenrijs
  • Brielle
  • Capelle aan den ijssel
  • Dordrecht
  • Hellevoetsluis
  • Middelharnis
  • Oostvoorne
  • Oud-beijerland
  • Rhoon
  • Ridderkerk
  • Rotterdam
  • Rotterdam Zuid
  • Schiedam
  • Spijkenisse
  • Vlaardingen
  • Voorne-putten
  • Zwijndrecht

Wordt u aangesproken op uw bestuurdersverantwoordelijkheid of hebt u schade geleden door een derde partij waarbij u verhaal wilt halen, al dan niet privé, maak dan een afspraak met een van onze juristen. In een persoonlijk gesprek kunnen wij dan alle mogelijkheden met u bespreken en geven u een gedegen advies over de te nemen stappen. Mocht het tot een rechtszaak komen, dan zal onze advocaat u daar natuurlijk bijstaan of vertegenwoordigen.

Wij helpen u bij

  • Advies
  • Beëindigingsovereenkomst
  • Conflict

Neem contact op  010-4777755 , wij zijn er voor u!

In al deze en nog veel meer andere situaties verleent Avinci Advocaten rechtsbijstand, van het opstellen en beoordelen van een arbeidsovereenkomst, ontslag, dreigende faillissementen  tot het begeleiden van een reorganisatie en van het voeren van onderhandelingen met werknemers, de vakbond tot het voeren van procedures.Avinci Advocaten blijft tijdens deze coronacrisis zo goed mogelijk operationeel en wil u met raad en daad terzijde staan – samen zijn we sterk! Be safe, tot snel.

Corona, noodmaatregelen en openbaar bestuur

Werknemers en de coronacrisis, het is nog niet zo gemakkelijk!

Werknemers en de coronacrisis, het is nog niet zo gemakkelijk!

Een nieuwe financiële crisis staat voor de deur en veel bedrijven zullen hun uiterste best moeten doen om te overleven. Dat dit niet iedere onderneming zal lukken, daar kun je de klok nu al op gelijkzetten. Wat te doen met je werknemers, wanneer je bedrijf dreigt om te vallen? Mag je bijvoorbeeld tien medewerkers met een contract ontslaan, zodat je startup niet failliet gaat?  Avinci beantwoordt een aantal vragen die nu spelen: werknemers en de coronacrisis, het is nog niet zo gemakkelijk!

Wat als je bedrijf straks op omvallen staat, maar je vast zit aan medewerkers met contracten?

Het eerste wat je kunt doen, en wat al meer dan 50.000 bedrijven hebben gedaan, is werktijdverkorting aanvragen. Hierdoor kun je het op de korte en de middellange termijn een tijdje uitzitten. Het UWV betaalt een groot deel van de loonkosten van je werknemers. Ook zijn er soepele regelingen gekomen vanuit de overheid om te lenen en kredieten te verhogen, zodat je over voldoende liquide middelen beschikt om aan je verplichtingen te voldoen.

Duurt de crisis nog langer, dan is er weinig meer aan te doen en zullen bedrijven omvallen. Ik vrees dat er dan voor veel werknemers ontslagen uit economische redenen zullen volgen. Wil je personeel uit economische redenen ontslaan, dan moet je toestemming hebben van het UWV. Op dit moment zullen die dat zeker niet snel verlenen, maar uiteindelijk wel. Heb je als bedrijf bijvoorbeeld honderd man personeel en sta je voor de keuze om tien mensen laten gaan of het hele bedrijf om laten vallen, dan zal het UWV zeker toestemming verlenen voor dat eerste.

Wanneer verwacht je dat de eerste bedrijven om zullen vallen?

Voor sommige bedrijven zal dat al op hele korte termijn gebeuren. Per bedrijf draait het om de vraag hoeveel vet je op je botten hebt. Voor sommige ondernemingen kan een faillissement al in aantocht zijn, omdat die heel risicovol ondernemen. Ze werken op factuurbasis en paychecks gaan erin en eruit. Bij dat soort bedrijven kan het een kwestie van weken zijn, bij anderen een kwestie van maanden.

Het maakt daarvoor niet eens uit of je groot of klein bent, vooral hoe je zakendoet. Het grote KLM krijgt bijvoorbeeld forse klappen, zij zullen in de problemen komen. Het hangt wel sterk af van de branche. Heb je bijvoorbeeld een supermarkt, dan sta je niet per se slecht voor.

Wat te doen als je medewerkers nodig hebt op locatie, maar ze vanwege corona niet meer durven te komen: mag je ze daartoe dwingen?

Dat hangt ervan af. Het uitgangspunt is dat werknemer arbeid moeten verrichten op de plek waar dit is afgesproken – doorgaans op kantoor, dus. In dit geval ligt het anders. Het hangt nu af van de richtlijnen van het Ministerie van Volksgezondheid en het RIVM. Nederland is nog niet in lockdown. Daar is bewust voor gekozen en ik denk ook niet dat een lockdown, zoals in China of delen van Duitsland, er komt.

Werk je bij een bedrijf waar meer dan honderd mensen samenkomen, dan kun je dit als werknemer weigeren. Het is niet de bedoeling dat bedrijven ingaan tegen de richtlijnen van het RIVM. Werk je bij een kleiner bedrijf, dan moet je in principe naar je werk als de werkgever dat vraagt, maar er zijn allerlei redenen om niet te doen. Hoest je, dan hoef je niet naar je werk, dat recht heb je. Rutte vraagt daarnaast ook iedereen om thuis te werken als dat kan. De meeste bedrijven doen dit ook zoveel mogelijk. In de meeste gevallen zullen werknemers dus niet kunnen worden gedwongen om te gaan.

Ben je strafbaar wanneer je als bedrijf je werknemers gewoon op kantoor houdt?

Strafbaar is het nog niet. Het Wetboek van Strafrecht heeft hier nog geen aparte notitie over gemaakt. Breng je als bedrijf echter bewust iemands gezondheid in het geding, dan handel je onrechtmatig. Je bent daarmee dus plichtig voor alle schade. Stel: je dwingt een werknemer te komen terwijl er gronden zijn om niet te doen. Als die persoon dan ziek wordt, in het ziekenhuis belandt en een tijdje arbeidsongeschikt raakt, dan ben je als werkgever aansprakelijk voor de kosten.

Verwacht je de komende tijd veel juridische arbeidsconflicten vanwege de economische gevolgen van corona?

Er zijn bedrijven die het niet zullen kunnen volhouden. Deze coronacrisis is de schuld van niemand, niet van de werkgevers, niet van de werknemers. Toch zullen er moeilijke besluiten moeten worden genomen. Bij normaal ontslag is er schuld bij één of beide partijen. Nu zullen bedrijven echter voor situaties komen te staan waar ze niets aan kunnen doen. Het geld is simpelweg op en dan volgen er ontslagen. Veel mensen zullen dit per definitie aanvechten.

Ondernemen is risico nemen. Maar u wilt geen onoverzichtelijke en onaanvaardbare risico’s lopen. Avinci Advocaten kan u adviseren over alle juridische facetten van uw bedrijfsvoering. Vaak zult u niet alleen werken, maar met één of meer partners. Avinci Advocaten kan u adviseren over de rechtsvorm waarin de onderneming gedreven wordt en helpt u bij het vastleggen van de samenwerking in een maatschaps- of vof-contract. Ook bij besloten vennootschappen kunnen wij u adviseren over nadere afspraken tussen aandeelhouders en deze afspraken vastleggen in een aandeelhoudersovereenkomst.

Uw bedrijf moet niet alleen intern de zaken goed georganiseerd hebben, minstens zo belangrijk is de samenwerking met degenen buiten uw bedrijf. Bedrijfsadvocaat  kan u bijstaan als u vragen of problemen heeft met betrekking tot dealerovereenkomsten, distributie-contracten, importcontracten, samenwerkingsover-eenkomsten en joint ventures, en alle andere voorkomende (internationale) handelscontracten.

Ook bij “slecht weer” kunt u een beroep op Bedrijfsadvocaat van Avinci Advocaten. Een reorganisatie heeft immers niet alleen gevolgen voor de bedrijfsvoering, maar ook op juridisch gebied is het raadzaam om losse draadjes te voorkomen, zodat er later geen rafels kunnen ontstaan. Hetzelfde geldt voor de uittreding van partners uit het bedrijf. De belangen van de onderneming en de partners zijn dan niet altijd meer dezelfde. Het is dan zaak om tot een snelle en duidelijk oplossing te komen die recht doet aan de belangen van alle partijen.

Neem contact op  010-4777755 , wij zijn er voor u!

In al deze en nog veel meer andere situaties verleent Avinci Advocaten rechtsbijstand, van het opstellen en beoordelen van een arbeidsovereenkomst, ontslag, dreigende faillissementen  tot het begeleiden van een reorganisatie en van het voeren van onderhandelingen met werknemers, de vakbond tot het voeren van procedures.

Avinci Advocaten blijft tijdens deze coronacrisis zo goed mogelijk operationeel en wil u met raad en daad terzijde staan – samen zijn we sterk! Be safe, tot snel.

Werknemers en de coronacrisis, het is nog niet zo gemakkelijk! Bron: recht.nl. RIVM, avinci, sprout

Coronavirus en het bedrijfsleven

Avinci Advocaten en Bedrijfsadvocaat is tijdens deze tijd open zodat u kunt bellen voor advies en of tips in alle gevallen omtrent de coronavirus en uw bedrijf. Arthur Hansen geeft u graag advies wat u kunt doen in geval van Coronavirus en het bedrijfsleven, hoe u het moet aanpakken en waar u slim en efficiënt juridisch kunt inspringen op de huidige problemen. U kunt altijd bij ons terecht voor advies, wij werken volgens de RIVM richtlijnen en kunnen u (telefonisch) assisteren of advies geven.

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft op haar website een speciale rubriek geopend met FAQ omtrent het coronavirus. Zo gaat de AP in op de vraag of werkgevers bij een ziekmelding mogen vragen of de werknemer besmet is met het Coronavirus.

Informatie over gezondheid is een bijzonder persoonsgegeven. De verwerking van bijzondere persoonsgegevens is op grond van de AVG verboden, tenzij sprake is van een wettelijke uitzondering.

Werkgevers mogen bij een ziekmelding alleen persoonsgegevens verwerken die voor de werkgever noodzakelijk zijn. Het is noodzakelijk om informatie te hebben aan de hand waarvan de werkgever kan bepalen hoe het verder moet met de werkzaamheden van uw werknemer. En informatie om te laten beoordelen of het loon moet worden doorbetaald.

De AP geeft op haar website nogmaals een overzicht van de informatie die de werkgever mag registreren:

  • Het telefoonnummer waarop de werknemer te bereiken is en het (verpleeg)adres.
  • Hoe lang de werknemer denkt dat de ziekte gaat duren.
  • Wat zijn/haar lopende werkzaamheden en afspraken zijn.
  • Of de ziekte van de werknemer verband houdt met een arbeidsongeval. De werkgever mag niet vragen of het verzuim werkgerelateerd is.
  • Of er sprake is van een verkeersongeval met regresmogelijkheid. Dat houdt in dat u de kosten van het ziekteverzuim en re-integratie mogelijk kunt verhalen op de veroorzaker van het ongeval.
  • Of de werknemer onder 1 van de 4 vangnetregelingen valt op grond van de Ziektewet. De werknemer is daarbij niet altijd verplicht om te melden onder welke regeling hij/zij valt.

Lees hier meer adviezen en tips:

De meest gestelde werknemers- en werkgeversvragen over het coronavirus

De werkgever mag dus alleen vragen naar noodzakelijke informatie. In het algemeen is niet noodzakelijk te weten wát iemand heeft.

De AP maakt in haar richtlijnen vooralsnog geen uitzondering voor het Coronavirus. Mochten er wijzigingen in deze richtlijnen optreden, dan zullen wij u zo snel mogelijk informeren.

Avinci Advocaten en Bedrijfsadvocaat is tijdens deze tijd open zodat u kunt bellen voor advies en of tips in alle gevallen omtrent de coronavirus en uw bedrijf. Arthur Hansen geeft u graag advies wat u kunt doen, hoe u het moet aanpakken en waar u slim en efficiënt juridisch kunt inspringen op de huidige problemen. U kunt altijd bij ons terecht voor advies, wij werken volgens de RIVM richtlijnen en kunnen u (telefonisch) assisteren of advies geven.

Neem contact op:

Wij zijn dagelijks geopend van 09.00 uur tot 19.00 uur omdat ondernemen nooit stopt!

Bekijk deze andere sites ook:

 

Concernkrediet: afspraken met betrekking tot onderlinge draagplicht

Bij het aantrekken van krediet door een concern is het van belang om niet alleen goede afspraken te maken met de financier (zoals met betrekking tot terugbetaling van het krediet), maar ook tussen de concernvennootschappen onderling (zoals met betrekking tot de onderlinge/interne draagplicht).
Indien onderling geen goede afspraken gemaakt worden kan dit vervelende en zwaarwegende consequenties hebben, bijvoorbeeld bij faillissement van één der vennootschappen.

Vrijwel altijd kan de financier iedere groepsvennootschap afzonderlijk aanspreken voor terugbetaling van het gehele krediet. Deze zogeheten “hoofdelijkheid” moet dan wel overeengekomen zijn.

De groepsvennootschap die aangesproken wordt door de financier en het krediet moet terugbetalen, kan vervolgens op de andere groepsvennootschappen verhaal nemen voor dat gedeelte dat zij meer betaald heeft dan haar aandeel in de schuld. Dit heet regres.

Hoe stel je nu vast of een vennootschap meer betaald heeft dan het gedeelte van de schuld dat haar aanging en of en voor welk bedrag zij regres mag nemen? Kortom, hoe wordt deze zogeheten onderlinge (of interne) draagplicht precies vastgesteld?

Er moeten bij het vaststellen van de onderlinge draagplicht twee situaties onderscheiden worden, namelijk of er wel of niet afspraken zijn gemaakt tussen de groepsvennootschappen ten aanzien van de onderlinge draagplicht.

Situatie 1: Er zijn afspraken gemaakt met betrekking tot de onderlinge draagplicht

Bij het aangaan – en overigens ook na het afsluiten van het krediet – kunnen tussen de groepsvennootschap onderling afspraken gemaakt worden over (de afstand van) regres en de interne draagplicht. Deze afspraken zijn dan leidend.

Als bijvoorbeeld drie vennootschappen € 300.000,00 lenen van een financier en onderling afspreken dat de onderlinge draagplicht gelijk is, dan kan de vennootschap die het krediet van

€ 300.000,00 uiteindelijk terugbetaalt aan de financier, van de andere twee vennootschappen betaling van ieder € 100.000,00 verlangen.

Hierbij maakt het niet uit dat het volledige krediet van € 300.000,00 wellicht door één van de drie vennootschappen volledig gebruikt is: bepalend is zoals gezegd de gemaakte afspraak.

Situatie 2: Er zijn geen afspraken gemaakt met betrekking tot de onderlinge draagplicht

Zijn er geen afspraken gemaakt over de interne draagplicht van de concernfinanciering, dan moet volgens de Hoge Raad (HR 13 juli 2012, JOR 2012/306 Jansen q.q./JSV Beheer) de vraag of en in welke mate de concernschuld een vennootschap aangaat, worden vastgesteld aan de hand van het profijtbeginsel.

Dit beginsel houdt in dat, kort gezegd, nagegaan moet worden wie de lening of het krediet heeft gebruikt of te wier beschikking de lening of het krediet gekomen is.

Dat de vaststelling hiervan allerminst eenvoudig is, bewijst een recente uitspraak van de Rechtbank Den Haag.

In deze zaak werd een bedrag van in totaal € 30.000,00 geleend door Rabobank aan drie vennootschappen. Alle vennootschappen waren hoofdelijk aansprakelijk voor terugbetaling van het krediet en er waren geen afspraken gemaakt ten aanzien van de onderlinge draagplicht.

Eén van de vennootschappen gaat failliet en de financier verrekent zijn openstaande vordering met het creditsaldo op de bankrekening van deze vennootschap ter grootte van ongeveer € 28.000,00. Feitelijk komt het er dus op neer dat de gefailleerde vennootschap een bedrag van € 28.000,00 terugbetaalt.

De curator van de gefailleerde vennootschap spreekt vervolgens één van de niet-gefailleerde vennootschappen aan tot betaling van € 28.000,00 aan hem omdat hij van mening is dat de schuld aan Rabobank niet de gefailleerde vennootschap aanging, maar de niet-gefailleerde vennootschap.

Hij is die mening toegedaan omdat het geldbedrag – conform afspraak – weliswaar door de financier overgeboekt is op een bankrekening van de later gefailleerde vennootschap, maar vervolgens doorbetaald is aan de niet-gefailleerde vennootschap (en dus aan deze vennootschap ten goede gekomen zou zijn).

De niet-gefailleerde vennootschap betwist dit en stelt dat het bedrag op haar beurt doorgeboekt is naar de derde concernvennootschap, die vervolgens opstartkosten voor de niet-gefailleerde vennootschap betaald zou hebben.

De rechtbank heeft in deze zaak nog geen eindvonnis gewezen. Zij stelt partijen in de gelegenheid om hun stellingen nader te onderbouwen. De uitspraak illustreert echter hoe belangrijk het is om duidelijke afspraken te maken met betrekking tot de onderlinge draagplicht.

Bij het aantrekken van krediet door een concern is het van belang om niet alleen goede afspraken te maken met de financier (zoals met betrekking tot terugbetaling van het krediet), maar ook tussen de concernvennootschappen onderling (zoals met betrekking tot de onderlinge/interne draagplicht).

Indien namelijk onderling geen goede afspraken gemaakt worden – bij het aantrekken van het krediet of gedurende de looptijd van de lening – kan dit vervelende en zwaarwegende consequenties hebben, bijvoorbeeld bij faillissement van een van de concernvennootschappen.

Het kan in een uiterste geval zelfs tot gevolg hebben dat alle concernvennootschappen failliet gaan, terwijl de bedoeling van het werken met verschillende vennootschappen nu juist waarschijnlijk was om risico’s te minimaliseren.

Het is daarom van belang u bij het aantrekken van krediet – maar ook bij een herstructurering – goed te laten adviseren.

Uw bedrijf moet niet alleen intern de zaken goed georganiseerd hebben, minstens zo belangrijk is de samenwerking met degenen buiten uw bedrijf. Avinci Advocaten kan u bijstaan als u vragen of problemen heeft met betrekking tot dealerovereenkomsten, distributie-contracten, importcontracten, samenwerkingsover-eenkomsten en joint ventures, en alle andere voorkomende (internationale) handelscontracten.

Wilt u uw eigen bedrijf starten of groeit uw bedrijf exponentieel? Dan is het zaak om met Avinci Advocaten alle contracten en risico’s door te nemen, evenals bij nieuwe ZZP-contracten, samenwerkingsverbanden en overeenkomsten.

Ook bij “slecht weer” kunt u een beroep op Avinci Advocaten. Een reorganisatie heeft immers niet alleen gevolgen voor de bedrijfsvoering, maar ook op juridisch gebied is het raadzaam om losse draadjes te voorkomen, zodat er later geen rafels kunnen ontstaan. Hetzelfde geldt voor de uittreding van partners uit het bedrijf. De belangen van de onderneming en de partners zijn dan niet altijd meer dezelfde. Het is dan zaak om tot een snelle en duidelijk oplossing te komen die recht doet aan de belangen van alle partijen.

Victoria-arrest: gedeeltelijke beëindiging arbeidsovereenkomst toegestaan

Mag een arbeidsovereenkomst gedeeltelijk worden ontbonden of op een andere manier beëindigd?  Hoge Raad: gedeeltelijk einde arbeidsovereenkomst mag.

Victoria-arrest: gedeeltelijke beëindiging arbeidsovereenkomst toegestaan

Werknemers die geconfronteerd worden met een ontslagverzoek bij de kantonrechter krijgen meer mogelijkheden om althans volledig ontslag te voorkomen. Dit brengt een enorme flexibiliteit in het ontslagrecht.”

Situatie:

De werkneemster werkt bij een schoonmaakbedrijf. Zij maakt schoon op twee locaties, elk voor 10 uur per week.

De zaak gaat om het ontslag van de schoonmaakster, die na overplaatsing wegens sluiting van een van haar werklocaties, in conflict raakte over onder meer de reisafstand.

Wat zegt de kantonrechter?

De kantonrechter heeft de verzoeken van de werkgever om de arbeidsovereenkomst te ontbinden afgewezen. Volgens de kantonrechter heeft de werkneemster niet verwijtbaar gehandeld en is er ook geen duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, zodat er geen redelijke grond is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Victoria-arrest: gedeeltelijke beëindiging arbeidsovereenkomst toegestaan

Wat zegt het hof?

Het hof heeft de beschikking van de kantonrechter vernietigd en bepaald dat de arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2018 eindigt en de werkgever veroordeeld om aan de werkneemster de wettelijke transitievergoeding te betalen.

Verwijtbaar handelen

Het hof overweegt als volgt:

Het feit dat geen invulling kan worden gegeven aan (het resterende deel van) de arbeidsovereenkomst is te wijten aan de houding van de werkneemster, waarbij die houding moet worden gekwalificeerd als verwijtbaar handelen of nalaten.

Herplaatsing ligt daarbij niet in de rede, gelet op de opstelling van de werkneemster en de beschikbare objecten binnen een straal van 30 kilometer vanaf het woonadres van de werkneemster.

De werkneemster heeft nog bepleit de arbeidsovereenkomst slechts gedeeltelijk te doen eindigen. De arbeidsovereenkomst is echter ondeelbaar, zodat dit verzoek wordt afgewezen.

De kantonrechter heeft ten onrechte het verzoek van de werkgever afgewezen, aldus het hof.

Wel transitievergoeding

Het hof heeft het subsidiaire verzoek van de werkneemster om toekenning van de transitievergoeding toegewezen. De handelwijze van de werkneemster kan haar weliswaar verweten worden, maar volgens het hof is de beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van de werkneemster.

Daarbij is volgens het hof van belang dat de werkgever voorafgaande aan de beschikking van de kantonrechter vooral is blijven aansturen op plaatsing van de werkneemster op de betreffende locatie, ondanks de bekende vervoersproblemen en beperkingen van de werkneemster. Het schoonmaakbedrijf is pas na de beschikking van de kantonrechter zich de belangen van de werkneemster voldoende gaan aantrekken en serieus andere opties gaan onderzoeken.

Wat zegt de Hoge Raad?

Onderdeel 1 van het middel is gericht tegen hof’s oordeel dat het hof de arbeidsovereenkomst niet gedeeltelijk kan beëindigen omdat de arbeidsovereenkomst ondeelbaar is.

De wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst voorziet niet in gedeeltelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Commissie Borstlap: maak deeltijdontslag mogelijk

Het gaat op dit moment de rechtsvormende taak van de Hoge Raad te buiten om te voorzien in de mogelijkheid van gedeeltelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Dit geldt temeer nu het kabinet de Commissie Regulering van Werk heeft ingesteld om advies te geven over de veranderende  arbeidsmarkt en de gevolgen die dit kan hebben voor de regelgeving. De commissie doet in het eindrapport voorstellen om gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst mogelijk te maken.

Gedeeltelijke beëindiging arbeidsovereenkomst?

Victoria-arrest: gedeeltelijke beëindiging arbeidsovereenkomst toegestaan

De Hoge Raad overweegt als volgt:

Dat de arbeidsovereenkomst niet gedeeltelijk kan worden ontbonden, betekent niet dat een arbeidsovereenkomst door of op initiatief van partijen op andere manieren gedeeltelijk kan worden beëindigd.

  1. Partijen kunnen schriftelijk overeenkomen de arbeidsovereenkomst gedeeltelijk te beëindigen.
  2. Niet uitgesloten is dat een algeheel ontslag wordt gevolgd door een nieuwe, aangepaste arbeidsovereenkomst.
  3. En dat de arbeidsovereenkomst gedeeltelijk wordt ontbonden op grond van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst.
  4. Daarnaast kan de werknemer op grond van de in het arrest Stoof/Mammoet geformuleerde maatstaf gehouden zijn in te stemmen met een voorstel van de werkgever tot wijziging van de arbeidsovereenkomst, dat in resultaat neerkomt op een gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
  5. Bovendien kan de werkgever op grond van de Wet flexibel werken of op grond van goed werkgeverschap gehouden zijn met een daartoe strekkend voorstel van de kant van de werknemer in te stemmen.

In de hiervoor genoemde gevallen is sprake van een gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Daarbij kan in de hiervoor onder 2, 4 en 5 genoemde gevallen wettelijk aanspraak bestaan op een gedeeltelijke transitievergoeding:

  • als is voldaan aan de vereisten die art. 7:673 BW (overlijden of duurzame arbeidsongeschiktheid) stelt;
  • als door omstandigheden gedwongen tot gedeeltelijke beëindiging is overgegaan; en
  • als de gedeeltelijke beëindiging een substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd van de werknemer betreft.

Dit laatste doet zich voor bij een vermindering van de arbeidstijd met minstens twintig procent die naar redelijke verwachting blijvend zal zijn.

Victoria-arrest: gedeeltelijke beëindiging arbeidsovereenkomst toegestaan
Victoria-arrest: gedeeltelijke beëindiging arbeidsovereenkomst toegestaan

Goed werkgeverschap

Een arbeidsovereenkomst kan onder meer gedeeltelijk worden beëindigd doordat de werkgever op grond van goed werkgeverschap moet instemmen met een voorstel van de werknemer tot wijziging van de arbeidsovereenkomst, dat neerkomt op een gedeeltelijke beëindiging daarvan.

Een dergelijk voorstel tot wijziging van de arbeidsovereenkomst kan door de werknemer ook worden gedaan in het kader van een ontbindingsprocedure waarin de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft verzocht op grond van art. 7:671b BW.

Of de werkgever op grond van goed werkgeverschap moet instemmen met het wijzigingsvoorstel van de werknemer, moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval, waaronder:

  • de aard en inhoud van de overeengekomen werkzaamheden;
  • de aan het voorstel van de werknemer ten grondslag liggende omstandigheden; en
  • de omstandigheden binnen het bedrijf van de werkgever.

Wegens deze gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst kan recht bestaan op een gedeeltelijke transitievergoeding.

Victoria-arrest: gedeeltelijke beëindiging arbeidsovereenkomst toegestaan
Victoria-arrest: gedeeltelijke beëindiging arbeidsovereenkomst toegestaan

Via de weg van een ontslagvergunning van het UWV WERKbedrijf tot de ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter, waarbij soms ook een “gouden handdruk” kan worden toegekend.Maar er is meer. Wat bijvoorbeeld te doen als een werknemer ziek is en de werkgever wil de betaling van het salaris stoppen? Of als een werkgever wil dat zijn werknemer op een andere locatie gaat werken, maar deze weigert dat? Of als de werknemer schade oploopt door een ongeval op de werkvloer? De werknemer wil part-time gaan werken maar de werkgever heeft liever één full-timer dan twee part-timers?

In al deze en nog veel meer andere situaties verleent Avinci Advocaten rechtsbijstand, van het opstellen en beoordelen van een arbeidsovereenkomst tot het begeleiden van een reorganisatie en van het voeren van onderhandelingen tot het voeren van procedures.

Bron: Victoria-arrest: gedeeltelijke beëindiging arbeidsovereenkomst toegestaan, accountancyvanmorgen, recht.nl

Wetsvoorstel huurbescherming voor huurders van ligplaatsen

Dit wetsvoorstel regelt dat aan huurders van ligplaatsen voor woonboten een gelijkwaardige huurbescherming wordt toegekend als aan huurders van onroerend goed. Daartoe wordt voorgesteld om de overeenkomst tot huur van een ligplaats als huur van woonruimte te zien; te regelen dat koop geen huur breekt; het huren van een ligplaats te beschermen tegen opzegging; te regelen dat bij overlijden van de huurder de ligplaats overgaat op diens erfgenamen; en dat bij verkoop van de woonboot de nieuwe eigenaar ook de huur van de ligplaats over kan nemen.

Artikel 270b

1. Indien de huurder van een ligplaats eigenaar is van het op die ligplaats afgemeerde voor bewoning bestemde drijvend object, kan die huurder bij verkoop van dat drijvend object vorderen dat de rechter hem zal machtigen om de koper in zijn plaats als huurder te stellen.

2. De rechter beslist met inachtneming van de omstandigheden van het geval, met dien verstande dat hij de vordering slechts kan toewijzen indien de huurder een zwaarwichtig belang heeft bij de indeplaatsstelling en dat hij deze afwijst indien de voorgestelde huurder vanuit financieel oogpunt niet voldoende waarborg biedt voor een behoorlijke nakomin

Artikel 208ea

Op overeenkomsten tot verhuur van ligplaatsen, die zijn gesloten voor het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 236a, 247a, 268a en 270b van Boek 7 en van de tegelijk met die artikelen in werking getreden wijzigingen van de artikelen 226 lid 4, 231 lid 1, 233 en 271 lid 1 van dat boek, worden die artikelen en die wijzigingen twee kalenderjaren na dat tijdstip van toepassing.

Vastgoed / Verhuurder

We adviseren ook over uw rechtspositie ten opzichte van uw huurders. Huurrecht is voor veel beleggers en investerende ondernemers een belangrijke bron van inkomsten, het behalen van een optimale rechtspositie is dan ook geen overbodige luxe.

Het huurrecht kent vele opties en het is zaak om maatwerk van uw huurcontracten te maken zodat u maximaal rendement kunt genereren van uw vastgoed. Wanbetalende huurders, of het nu bedrijven of particulieren zijn, dienen te worden aangepakt. U hebt als verhuurder belang bij tijdige betaling van de huurpenningen. Maar ook dient de huurder het gehuurde in goede staat te onderhouden, hij moet als ‘goed huisvader’ handelen met het gehuurde. Niet iedere huurder ziet deze verplichtingen en handelt daarnaar. In dergelijke gevallen wenst u te kunnen ingrijpen. Uw Bedrijfsadvocaat van Avinci Advocaten helpt u hierbij.

Voor fiscaal partnerschap gelden alleen objectieve criteria

Minister Hoekstra reageert op een vraag over een zogenaamde tegenstrijdigheid tussen het Burgerlijk Wetboek en de inkomstenbelastingwetgeving.

Een man en vrouw zijn in 2009 op huwelijkse voorwaarden met elkaar gehuwd. Ze wonen niet samen. De man is eigenaar van de woning waarin hij woont en de vrouw is eigenaresse van de woning waarin zij woont. Zij vinden het onrechtvaardig dat zij op grond van de inkomstenbelastingwetgeving als gehuwden slechts één woning mogen aanmerken als eigen woning (box 1), terwijl zij voor het BW geen samenwoonverplichting hebben. Civielrechtelijk hebben zij dus ieder een woning, terwijl de inkomstenbelastingwetgeving er vanuit gaat dat zij gezamenlijk twee woningen hebben, waardoor zij de keuze moeten maken welke woning als eigen woning (box 1) moet worden aangemerkt. Daarbij merken zij nog op dat sinds  1 januari 2018 niet langer de algehele gemeenschap van goederen de wettelijke basis is, maar de beperkte gemeenschap van goederen.

Het BW en de inkomstenbelastingwetgeving bestaan naast elkaar. Op basis van het BW kunnen de man en vrouw hun manier van samenleven juridisch inrichten zoals zij willen. En is het dus mogelijk ieder de eigenaar is van de woning waarin zij wonen. Dat betekent niet dat het BW en de inkomstenbelastingwetgeving met elkaar in strijd zijn, aldus Hoekstra.

Fiscale partners

Echtgenoten zijn elkaars fiscaal partner. Dat staat met ingang van 1 januari 2011 in artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. In de wettelijke regeling van het fiscaal partnerschap zijn voor echtgenoten geen nadere voorwaarden gesteld. Het zijn van echtgenoot is voldoende. Er gelden voor echtgenoten geen materiële voorwaarden voor bijvoorbeeld de wijze waarop de financiën onderling zijn geregeld of voor samenwonen. Het fiscaal partnerschap voor echtgenoten eindigt op het moment dat de echtgenoten niet op hetzelfde woonadres zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen én een verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed is ingediend. Tot 1 januari 2011 waren in Nederland wonende echtgenoten overigens ook altijd elkaars fiscaal partner, óók als zij niet op hetzelfde woonadres waren ingeschreven.

Objectieve criteria

De wetgever heeft voor het bepalen van fiscaal partnerschap bij echtgenoten met ingang van 1 januari 2011 bewust gekozen voor het uitsluitend hanteren van objectieve criteria. Mede hierdoor kon een belangrijke vereenvoudiging worden bereikt. Het werken met materiële criteria zou de controle door de Belastingdienst bemoeilijken.

Bij een belastingplichtige en zijn fiscaal partner tezamen wordt niet meer dan één hoofdverblijf in aanmerking genomen. Dat staat in artikel 3.111, achtste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) en houdt in dat fiscale partners samen maximaal één woning fiscaal als eigen woning (box 1) kunnen hebben. De wetgever heeft ook hier bewust voor gekozen.

Hardheidsclausule

De wet kent een speciale bevoegdheid, de zogenoemde hardheidsclausule (artikel 63 AWR). De wet staat toepassing van de hardheidsclausule uitsluitend toe in zeer uitzonderlijke gevallen. De hardheidsclausule kan alleen worden toegepast bij een ‘onbillijkheid van overwegende aard’. Daarvan is slechts sprake als het gaat om een gevolg dat de wetgever had voorkomen, als hij dat bij het maken van de wet had voorzien.

De man heeft geen hardheidsclausuleverzoek ingediend, maar mocht hij dit wel hebben gedaan, dan had Hoekstra zijn verzoek afgewezen. De wetgever heeft die situatie namelijk onderkend door ook echtgenoten die op huwelijkse voorwaarden zijn gehuwd aan te merken als fiscale partners door geen aanvullende materiële voorwaarden te stellen voor het fiscaal partnerschap. Daarnaast heeft de wetgever er bewust voor gekozen dat fiscale partners samen maximaal één woning in box 1 kunnen aanmerken als eigen woning. Daarbij is de onderhavige situatie van echtgenoten die ieder afzonderlijk een  woning hebben expliciet onderkend en is ook voor die situatie vastgesteld dat geen sprake zal zijn van het in aanmerking nemen van twee eigen woningen in box 1. De hardheidsclausule is niet bedoeld om in individuele gevallen een afwijkende regeling te treffen, omdat bijvoorbeeld de financiële en/of persoonlijke omstandigheden daar om vragen.

Meer informatie: Ministerie van Financiën, 5 februari 2020, 2019Z13858/2019D35838

Ondernemingsrecht

Wij hebben expertise en jarenlange ervaring met het voeren van incasso procedures. Wanbetalers helpen wij graag te herinneren aan hun betalingsverplichtingen en te zorgen dat er ook betaald wordt. Bedrijfsadvocaat heeft namelijk de bevoegdheid van beslaglegging zodat u als eerste uitbetaald wordt. Wij voeren de procedures snel en effectief voor u uit, zoals u van ons gewend bent. Zo nodig door middel van beslaglegging en het voeren van de procedure.

Inrichten van uw onderneming

In welke rechtsvorm drijft u uw onderneming? Eenmanszaak, vennootschap onder firma (VOF) of een besloten vennootschap (BV)? Het is goed daar over na te denken, met de hulp van Bedrijfsadvocaat deze situatie te bekijken, en zonodig de juridische vormgeving van uw onderneming aan te passen. Zeker belangrijk gezien vanuit persoonlijke aansprakelijkheid, continuiteit van de onderneming, de bedrijfsrisico’s en de bezittingen: overleg met uw Bedrijfsadvocaat. Wij helpen u graag in alle gevallen en werken met veel deskundige partijen samen.

Ondernemen is risico nemen. Maar u wilt geen onoverzichtelijke en onaanvaardbare risico’s lopen. Bedrijfsadvocaat kan u adviseren over alle juridische facetten van uw bedrijfsvoering.
Uw bedrijf moet niet alleen intern de zaken goed georganiseerd hebben, minstens zo belangrijk is de samenwerking met degenen buiten uw bedrijf. Bedrijfsadvocaat kan u bijstaan als u vragen of problemen heeft met betrekking tot dealerovereenkomsten, distributie-contracten, importcontracten, samenwerkingsover-eenkomsten en joint ventures, en alle andere voorkomende (internationale) handelscontracten.

Wilt u uw eigen bedrijf starten of groeit uw bedrijf exponentieel? Dan is het zaak om met Bedrijfsadvocaat alle contracten en risico’s door te nemen, evenals bij nieuwe ZZP-contracten, samenwerkingsverbanden en overeenkomsten.

Ook bij “slecht weer” kunt u een beroep op Bedrijfsadvocaat.nl. Een reorganisatie heeft immers niet alleen gevolgen voor de bedrijfsvoering, maar ook op juridisch gebied is het raadzaam om losse draadjes te voorkomen, zodat er later geen rafels kunnen ontstaan. Hetzelfde geldt voor de uittreding van partners uit het bedrijf. De belangen van de onderneming en de partners zijn dan niet altijd meer dezelfde. Het is dan zaak om tot een snelle en duidelijk oplossing te komen die recht doet aan de belangen van alle partijen.

Bron: Recht.nl Taxence Voor fiscaal partnerschap gelden alleen objectieve criteria

Geldigheid van VvE-besluiten en termijn voor vernietiging

Aan besluiten van een Vereniging van Eigenaren (VvE) kleeft altijd een bepaalde periode van onzekerheid. Immers bepaalt de wet (in artikel 5:130 BW), dat besluiten van een orgaan van de VvE kunnen worden vernietigd door de kantonrechter. De kantonrechter moet daartoe worden verzocht binnen een maand na de dag waarop degene die een vernietiging wenst, van het betreffende besluit heeft kennisgenomen of heeft kunnen kennisnemen. Maar wanneer heeft men van een besluit kennis genomen of kennis kunnen nemen? Als men bij de vergadering niet aanwezig was? Als dit niet duidelijk is, is ook niet duidelijk of een besluit nu wel of niet nog vernietigd kan worden.

Parlementaire geschiedenis

In een uitspraak van 21 juni 2019 heeft de Hoge Raad nadere richtlijnen gegeven over hoe bepaalt moet worden wanneer de maand, waarbinnen om vernietiging kan worden verzocht, begint te lopen. Hierbij heeft de Hoge Raad geprobeerd een balans te vinden tussen het belang van de VvE, om duidelijkheid te krijgen over de geldigheid van besluiten, en het belang van (afwezige) leden, om voldoende tijd te hebben, zich eventueel tot de kantonrechter te wenden.

Uit de parlementaire geschiedenis blijkt, dat de wetgever bij invoering van artikel 5:130 BW het moment op het oog had, waarop een afwezige eigenaar redelijkerwijs van een genomen besluit heeft kunnen kennisnemen. De Hoge Raad stelt vast, dat het dus afhangt van de omstandigheden van het concrete geval.

Vergewisplicht

De afwezige eigenaar treft in ieder geval een verplichting, moeite te doen, om te achterhalen, welke besluiten in zijn afwezigheid zijn genomen (vergewisplicht). Een eigenaar kan dus niet passief achterover leunen en afwachten tot hem nader wordt bericht, maar moet zich actief informeren om de termijn van een maand niet te laten verstrijken. Mocht in een concreet geval niet duidelijk zijn wanneer een afwezige eigenaar van genomen besluiten kennis heeft kunnen nemen, maar deze eigenaar wel op een juiste manier zijn uitgenodigd en in kennis gesteld van de agenda, dan moet ervan worden uitgegaan, dat het achterhalen van de genomen besluiten binnen een week mogelijk was. De termijn van een maand begint dan dus een week na de betreffende vergadering te lopen, mits uit de concrete omstandigheden van het geval niets anders moet worden afgeleid.

Gebruiken

Nog duidelijker kan het echter worden, als binnen de VvE bepaalde gebruiken gelden. Als het bijvoorbeeld gebruikelijk is, dat de notulen aan de eigenaar worden verzonden en/of op een website worden gepubliceerd, dan mag een eigenaar ook erop vertrouwen, dat dit wederom wordt gedaan. De termijn van een maand begint dan dus te lopen, op het moment, dat de notulen (of eventueel een besluitenlijst) op de gebruikelijke wijze zijn verspreid.

Conclusie

Een verenigingsbestuur, dat zoveel mogelijk duidelijkheid wil scheppen, heeft het dus zelf in de hand, de datum, tot wanneer om vernietiging van een besluit kan worden gevraag, te bepalen. Door een duidelijk gebruik in te voeren, over hoe de besluiten aantoonbaar naar allee leden worden gecommuniceerd, is vooraf helder, vanaf wanneer een verzoek aan de kantonrechter conform artikel 5:130 BW niet meer kan worden gehonoreerd.

Indien dat gebruik niet bestaat, is het aan de afwezige eigenaar, om actief te achterhalen, welke besluiten zijn genomen. Voor zover uit de concrete omstandigheden niets anders blijkt, is daarbij ervan uit te gaan, dat de eigenaar binnen een week na de vergadering redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van de genomen besluiten.

Vragen aan onze advocaten over de VvE?

Mocht u vragen hebben over besluiten van een VvE, dan kunt u contact opnemen met een van onze vastgoedspecialisten. 

Vastgoed vormt een essentieel onderdeel van uw bedrijfsvoering en moet juridisch future proof zijn. Bedrijfsadvocaat heeft na ruim 20 jaar ervaring in de vastgoedwereld, de juiste expertise aan boord. Bedrijfsadvocaat adviseert de gehele keten en staat vele wooncorporaties, VVE’s, vastgoed ondernemingen, aannemers, architecten, makelaars, verhuurders en particulieren die handelen in vastgoed bij. Of u nu verhuurt, panden op knapt en weer verkoopt, goed juridisch en fiscaal advies is onontbeerlijk. Bedrijfsadvocaat denkt met u mee, kent de wijzigingen in de nabije toekomst en weet hoe u vervolgens het beste kunt handelen.

Iedere ondernemer heeft onroerend goed, zoals bijvoorbeeld zijn bedrijfshuisvesting en zijn privé-woning. U huurt het of u bent de eigenaar ervan. Dan wel bent u voornemens tot huur of aankoop over te gaan.

Hierbij schakelt u uw Bedrijfsadvocaat van Avinci Advocaten in. Hij heeft ervaring in het bewaken van uw belangen en kan u adviseren en begeleiden bij deze trajecten en de nodige juridische ondersteuning bieden. En als het nodig is dan procederen we bij de gerezen problemen over de koop, verkoop en verhuur van vastgoed.

Geldigheid van VvE-besluiten en termijn voor vernietiging